Het opmaken van een budget is complex. Om elkaar goed te begrijpen worden er vaktermen gebruikt. Handig. Maar deze vaktermen zijn niet altijd goed te begrijpen voor een buitenstaander. Daarom geven we bij enkele basisbegrippen een beetje uitleg en maakten we een lijstje met veelgestelde vragen. 

Ontbreken er begrippen of heb je een bijkomende vraag? Contacteer ons gerust via info@jegemeentetelt.be  

Veelgestelde vragen

 

Wat zijn ‘besturen’?

Iedere stad of gemeente heeft voorlopig nog een OCMW. Het OCMW heeft zijn eigen budget en is onderdeel van het lokaal bestuur. Naast het OCMW heb je nog minstens de gemeente als bestuur. Samen vormen ze het lokaal bestuur.  

Sommige gemeenten werken ook met autonome gemeentebedrijven (AGB) of OCMW-verenigingen. Alle besturen met een rechtspersoonlijkheid die geen andere leden heeft dan de gemeente vind je op dit platform terug.

Wat is een meerjarenplan?

Een meerjarenplan omschrijft de doelstellingen van jouw stad of gemeente voor een periode van 6 jaar. Het plan wordt geschreven in het eerste jaar na de lokale verkiezingen en bevat twee luiken: een strategische nota en een financiële nota. In het eerste document lees je uitleg over de gemaakte beleidskeuzes. In de financiële nota vind je de financiële consequenties van de gemaakte keuzes.

Ieder jaar wordt het meerjarenplan concreter gemaakt in een jaarplan: het budget. Het eerstvolgende meerjarenplan wordt in 2019 opgemaakt en heeft dus gevolgen tot 2025.

Zijn de data van de verschillende gemeenten wel vergelijkbaar?

De uitgaven tussen gemeenten zijn vergelijkbaar, maar met een korrel zout. De gemeenten volgen dezelfde standaardmethodiek om uitgaven toe te wijzen aan beleidsthema’s. Dat zou vergelijkbare cijfers moeten opleveren. Bij de registratie is er echter nog steeds interpretatiemarge. Moet bijvoorbeeld een cultuurproject in een jeugdhuis bij cultuur of bij jeugd ingeschreven worden? Gemeenten maken soms andere keuzes. Dat is de korrel zout. De vergelijking is niet tot op de euro exact.

Vaak zullen er goede verklaringen zijn voor verschillen in uitgaven. De lokale beleidsbehoeften en keuzes verschillen. Daarom kan het interessant zijn om de uitgaven van de gemeente te vergelijken met gemeenten die met vergelijkbare maatschappelijke uitdagingen geconfronteerd worden. Een landelijke gemeente vergelijk je best met een andere landelijke gemeente en niet met een centrumstad.

Wanneer komen de nieuwe cijfers op het platform?

De huidige cijfers werden begin februari 2018 ingeladen. Je kan dus de meest recente inschatting van de inkomsten en uitgaven van 2018 en 2019 raadplegen. De effectieve inkomsten en uitgaven voor 2017 zijn nog niet gekend. Het inladen van de rekeningen voorzien we in juni van ieder jaar.  

Heeft de herverdeling van de bevoegdheden tussen provincie, gemeenten en Vlaanderen een effect op de inkomsten en uitgaven van de gemeente?

De tarieven van de onroerende voorheffing en personenbelasting worden aangepast op basis van de nieuwe bevoegdheden. Het herverdelen van de bevoegdheden moet een financiële nul-operatie zijn.  

Het budget van de gemeenten en Vlaanderen stijgt dus lichtjes ten koste van het provinciale budget.

Bestaat het OCMW na 2019 nog?  

De Vlaamse regering had de ambitie om het OCMW helemaal op te heffen en te fusioneren met de gemeente. Omdat Vlaanderen niet de sleutels in handen heeft om deze federale regels aan te passen, blijven gemeente en OCMW als aparte rechtspersoon bestaan.

Er is wel een vergaande integratie: de gemeenteraad en de Raad voor Maatschappelijke Welzijn worden samengevoegd: wie verkozen is in de gemeenteraad zal ook zetelen in de OCMW-raad.

 

Basisbegrippen 

Wat zijn exploitatie-uitgaven?

Uitgaven voor de dagelijkse werking van gemeentediensten noemt men exploitatie-uitgaven. Daartoe behoren onder meer de aankoop van papier en klein kantoormateriaal, het telefoon- en internetabonnement, kosten voor water en elektriciteit maar ook de lonen van het gemeentepersoneel, de interesten aan de bank en de subsidies die gemeenten toekennen.

Gemeenten zijn verplicht om het werkingsbudget van andere lokale diensten in evenwicht te houden. Dat geldt voor de budgetten van het OCMW, politie, brandweer en kerkbesturen. Daarnaast geven gemeenten ook subsidies aan verenigingen en projecten en bijvoorbeeld aan de afvalintercommunale.

Exploitatie-uitgaven vallen niet te verwarren met eenmalige ‘uitzonderlijke’ uitgaven zoals de aankoop van een kunstwerk of de investering in een nieuw cultureel centrum. Ook de afbetaling van een lening valt niet onder de noemer van exploitatie-uitgaven.

Meer informatie over 'Exploitatie-uitgaven', klik hier

Meer informatie over Subsidies, klik hier

Hoe financieren gemeenten hun werking?

Eerst en vooral ondersteunt de Vlaamse overheid de gemeenten met een vrij te besteden bedrag uit het Gemeentefonds. In totaal wordt er zo meer dan 2,5 miljard EUR verdeeld over de 308 Vlaamse gemeenten.

Daarnaast doen gemeenten een beroep op hun burgers en op de bedrijven die in de gemeente gevestigd zijn. Zij betalen belastingen en krijgen in ruil een hele waaier van gemeentediensten: openbare verlichting, straatvegers, wekelijkse markt, afvalophaling, sportterreinen, ingerichte bedrijventerrein, het sociaal huis, ondersteuning voor start-ups…

Er zijn verschillende soorten van gemeentebelastingen (die elke gemeente in een eigen belastingreglement giet):

Iedere inwoner of bedrijf betaalt ‘aanvullende’ belastingen:

  • een percentage van de personenbelasting op zijn inkomen komt toe aan de gemeente
  • een deel van de onroerende voorheffing die eigenaars van woningen en bedrijven betalen gaat naar de gemeente (de zgn. opcentiemen)
  • een deel van de verkeersbelasting die elke eigenaar van een wagen betaalt, vloeit terug naar de gemeente

Dan zijn er specifieke lokale belastingen die gemeenten zelf innen bij al wie er naargelang zijn situatie mee te maken krijgt:

  • belasting op tweede verblijven, op zendmasten, markten, parkeermeters, enz.

Besluit: de belangrijkste gemeente-ontvangsten komen voort uit de belastingen en het Gemeentefonds. Overige bedragen komen van subsidies via de federale en Vlaamse overheid en van wat burgers en bedrijven rechtstreeks betalen aan de gemeentediensten (bijvoorbeeld het inkomgeld voor het zwembad, de prijs voor het afleveren van een rijbewijs, huurgeld voor een locatie…)

Meer info over 'Exploitatie-ontvangsten', klik hier 

Meer info over 'Fiscale ontvangsten', klik hier

Waarom investeren gemeenten ?

Om hun diensten te huisvesten en burgers allerlei infrastructuur te bieden, beheren gemeenten een niet te verwaarlozen patrimonium onder de vorm van gebouwen en terreinen: gemeentehuis, sporthal, bibliotheek, cultureel centrum, zwembad, park… maar ook straatmeubilair en openbare verlichting. Daarnaast zijn er voertuigen, computers en kantoormeubilair. Ook wegen en rioleringen vallen onder gemeente-eigendommen.

Om al die eigendommen te onderhouden, te vernieuwen of te bouwen, doen gemeenten investeringen. De aanleg en het onderhoud van straten en rioleringen vormen traditioneel de grootste brok.

Die investeringen financieren ze steeds minder via klassieke bankleningen. De beleids- en beheerscyclus voor lokale besturen waakt erover dat de gemeenteschuld niet oploopt en dat in de eerste plaats de eigen, vrijgekomen middelen van de gemeente worden ingezet. Voor bepaalde investeringsprojecten helpt de Vlaamse overheid door kapitaalsubsidies toe te kennen. Dit is bijvoorbeeld het geval voor het rioleringsnet en voor de restauratie van beschermde monumenten.

Meer informatie over 'Investeringen', klik hier

Meer informatie over 'Financiering van investeringen', klik hier